NODB
Netoverschrijdend
Overlegplatform
Directeurenorganisaties
Basisonderwijs

                                     



Eisencahier

Regeerperiode 2014-2019


                                               December 2013
Eisencahier basisonderwijs :

Ter voorbereiding op de vorming van de komende Vlaamse regering voor de legislatuur 2014-2019 worden, door het Netoverschrijdend Overlegplatform Directeurenorganisaties Basisonderwijs (NODB), onderstaande prioriteiten geformuleerd.  We beginnen alvast met een korte inleiding.

Inleiding

1.Het eisencahier anno 2009

In januari 2009, werden onderstaande eisen geformuleerd door NODB:

1.Omkadering directies basisonderwijs (voldoende)
2.Looneis (gelijke lonen)
3.Financiering (voldoende basisfinanciering)
4.Herwaardering kleuteronderwijs (gelijkschakeling met lager onderwijs)
5.Infrastructuur (geen wachtlijsten en BTW voor renovatie = 6%)

2.De beleidsnota en -brieven anno 2009

In de beleidsnota en -brieven van Minister van Onderwijs de Heer Pascal Smet, voor de legislatuur 2009-2014, zochten we antwoorden op het eisencahier en vonden het volgende:

1.Op het vlak van omkadering beloofde de minister om scholengemeenschappen te versterken tijdens de legislatuur.  Op 1 september 2011 kwam de vraag om de komende periode van scholengemeenschapsvorming te beperken tot 3 jaar. Deze kortere termijn (drie in plaats van zes schooljaren) zou de gelegenheid bieden om de beleidsaanbevelingen van het wetenschappelijk onderzoek rond de scholengemeenschappen en de audit van het Rekenhof m.b.t. de puntenenveloppen ten gronde te toetsen op hun wenselijkheid en haalbaarheid, net als de aanbevelingen die de Vlaamse onderwijsraad formuleerde in haar advies m.b.t. de scholengemeenschappen. Dit studiewerk zou dan aanleiding geven tot een meer fundamentele bijsturing van de scholengemeenschap vanaf 1 september 2014. Op die manier zou er gezorgd worden voor een substantiële versterking van de scholengemeenschappen voor de langere termijn. De scholengemeenschappen hadden immers hun plaats gevonden in het onderwijslandschap en dragen bij tot de versterking van het beleidsvoerende vermogen van de scholen.

Om de administratieve ondersteuning in het basisonderwijs te versterken zou er een puntenenveloppe voorzien worden ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschappen basisonderwijs, ter waarde van 930.000 euro te beginnen met ingang van 1 september 2011.

Tevens zou de overheid tegen oktober 2012 een globaal en breed onderzoek laten uitvoeren naar de behoefte aan administratieve en pedagogische ondersteuning in scholen.  Hiervoor zou 150.000 euro voorzien worden.


2.Op het vlak van de looneis werd er geen enkele belofte gedaan.

3.Op vlak van financiering werd er beloofd om de herfinanciering van het basisonderwijs te evalueren.

4.Op het vlak van herwaardering kleuteronderwijs werd er beloofd om een gelijke behandeling te realiseren tussen kleuter- en lager onderwijs voor:
a.het lestijdenpakket (prioriteit)
b.de werkingstoelagen (einde legislatuur).

5.Op het vlak van infrastructuur, zou de lange wachtlijst fel verkorten (tot één derde) dankzij de DBFM-projecten.

3.De resultaten anno 2013-2014

1.Op het vlak van versterking scholengemeenschappen werd er helemaal niets gerealiseerd.  Ook op 1 september 2014 komt er geen enkele versterking.

De belofte om voor 930.000 euro extra punten voor administratieve ondersteuning te voorzien op het niveau van de scholengemeenschap werd gerealiseerd.  Zo kreeg bij wijze van voorbeeld een scholengemeenschap van 120 punten, nu 126 punten.

En tot slot kunnen we bevestigen dat er onderzoek uitgevoerd werd door professor Geert Devos omtrent: ‘Bestedingspatroon van personeelsmiddelen in basis- en secundaire scholen voor de invulling van hun administratieve, beleids- en pedagogisch ondersteunende taken.’   Dit onderzoek bevestigt (voor de zoveelste keer) het schrijnend tekort aan beleidsomkadering voor de directeur basisonderwijs !

2.Op het vlak van de looneis heeft de Raad van State bevestigd, dat de gedifferentieerde verloning voor de directeuren basisonderwijs onterecht was!  Het kabinet slaagde erin om de wetgeving dusdanig aan te passen, zodat de uitspraak van de Raad van State niet meer van toepassing was…

3.Op het vlak van financiering, werd de beloofde evaluatie op 31 december 2013 nog niet afgerond.

4.Op het vlak van herwaardering kleuteronderwijs, werd het lestijdenpakket opgetrokken tot op het (verlaagde) niveau van het lager onderwijs.  Wat de aanpassing van de werkingstoelage betreft, kijken we vol spanning uit naar het einde van de legislatuur…

5.Op het vlak van infrastructuur komen de (dure) DBFM-dossiers stilaan op gang, maar van verkorting van de wachtlijst is er op 31 december 2013 nog niets te zien…



DE EISEN VOOR DE LEGISLATUUR 2014 - 2019

Aangezien geen enkele eis van de legislatuur 2009-2014 volledig werd aangepakt, worden deze opnieuw meegenomen voor de periode 2014-2019.  Onze directeuren blijven deze eisen herhalen en vragen (na vele jaren van geduld) om deze noden definitief aan te pakken. 
Daarnaast worden ook nog wat aanvullende bezorgdheden geformuleerd n.a.v. de ontwerptekst ‘Loopbaanpact’ en ‘Scholengroepen’.



Eis 1:  Voldoende beleidsomkadering voor directeur basisonderwijs

« Voldoende beleidsomkadering, te verdelen in 3 categorieën (ambten):
           - leidinggevend - beleidsvoerend personeel
- pedagogisch - coördinerend personeel
- administratief - organisatorisch personeel
om de huidige en toekomstige opdrachten vanuit de Vlaamse, federale en andere overheden  te kunnen uitvoeren op een kwalitatieve wijze »
.

Nadere uitleg

Voldoende beleidsomkadering voor de directeur basisonderwijs, zorgt ervoor dat de directeur zijn kerntaken effectief kan waarmaken.

Het beleidsondersteunend personeel van bovenvermelde categorieën wordt aangesteld via punten en werkt in 36-sten.  De puntenenveloppe wordt berekend op het niveau van de scholengemeenschap, op basis van het aantal leerlingen en niet meer op basis van het aantal instellingsnummers en leerlingen per school.  Wij vragen om per kind in de scholengemeenschap 2 punten toe te kennen (in het secundair onderwijs worden er 3 à 4 punten per leerling toegekend.)

Per ambt (categorie) kunnen verschillende functies opgenomen worden:

-ambt leidinggevend - beleidsvoerend personeel voor de functies:
directeur
stafmedewerker


-ambt pedagogisch - coördinerend personeel voor de functies:
zorgcoördinator
ICT-coördinator
mentorcoach


-ambt administratief en organisatorisch personeel voor de functies:
administratief medewerker
boekhouder
preventieadviseur
klusjesman


Om te garanderen dat de punten zoveel mogelijk op niveau van de school worden aangewend, pleiten we voor een waarborgregeling waarbij minstens 90% van de punten wordt ingezet op het niveau van de school, tenzij het bevoegde onderhandelingscomité beslist dat het minder mag zijn.


Argumenten

DIRECTEUREN BASISONDERWIJS REDDEN HET NIET MEER

‘Toch zullen we om - in de toekomst - enthousiaste en deskundige personen aan te trekken, de directiefunctie aantrekkelijker maken.
We zorgen voor een gepaste bezoldiging, meer mogelijkheden tot professionele ontwikkeling, meer werkingsmiddelen en een betere infrastructuur. De schoolleiders van het basisonderwijs bieden we een goede omkadering en ondersteuning aan.’

Frank Vandenbroucke - Beleidsnota minister van Onderwijs en Vorming (december 2004).

‘De directies van het basisonderwijs zijn overbelast en hebben een groot tekort aan omkadering.  Wij zijn dan ook van mening dat de overheid hier haar verantwoordelijkheid moet nemen.  Gebeurt dit niet, dan wordt er in veel scholen onprofessioneel verder geploeterd.  Bovendien wordt de functie zo onaantrekkelijk dat geschikte kandidaten met de juiste motivatie steeds zeldzamer zullen worden.  Alleen de directeurs met een ijzeren gestel blijven erin slagen om duivel-doet-al te spelen en dit dikwijls ten koste van hun gezondheid !’

Professoren Peter Van Petegem, Paul Mahieu, Thu Dan Kim, Geert Devos, Veronique Warmoes - Onderzoeksproject ‘Beleidsvoerend vermogen van Vlaamse basis- en secundaire scholen’ in opdracht van minister Frank Vandenbroucke (maart 2007).

‘De overheid dient dringend een aantal essentiële voorwaarden te vervullen om de werkomstandigheden van de directeur basisonderwijs te verbeteren.  Zo formuleert de raad dat de beleidsondersteuning moet versterken en de arbeidsomstandigheden verbeteren.  Dit moet gebeuren met uitgebreidere ondersteuning en beleidsomkadering/beleidsmiddelen die de school als professionele organisatie zelfstandig kan aanwenden.  Tevens moeten er voldoende middelen en personeel voorzien worden voor het schoolsecretariaat, zodat het naar behoren al zijn taken kan uitvoeren.’

Raad Basisonderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad - Advies omtrent ondersteuning van de directeur basisonderwijs (september 2008).

‘Ondanks een sterkere stijging in het basisonderwijs krijgt het gewoon secundair onderwijs per leerling nog steeds bijna drie keer zoveel ondersteuning dan het gewoon basisonderwijs.  De meerderheid van de bevraagde basisscholen stelt dat ze nog altijd onvoldoende ondersteunend personeel krijgt.  Een aantal taken van de directies of leerkrachten zou door het beleids- en ondersteunend personeel kunnen worden verricht.’ 

Rekenhof - Pedagogische en administratieve ondersteuning van basisscholen en secundaire scholen (juni 2010).

‘Directies van basisscholen signaleren al lang het gebrek aan administratieve, beleids- en pedagogische omkadering. Tegelijk wordt van elke basisschool verwacht dat zij over voldoende beleidsvoerend vermogen beschikt om een zelfstandig beleid te voeren. De vraag kan dan ook gesteld worden of de basisscholen met die beperkte omkadering wel in staat zijn om dat beleidsvoerend vermogen te ontwikkelen.’

Raad Basisonderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad - Advies over de ondersteuning van de basisschool (januari 2014).


Eis 2 :  Looneis


« Een gelijk loon voor alle directeuren basisonderwijs, gelijkgesteld en blijvend
   gekoppeld aan de directeur secundair 1ste en 2de graad, barema 879».

Nadere uitleg

Wij blijven pleiten voor één ambt = één loon !
Differentiatie in omkadering kunnen wij wel aanvaarden.  (Meer kinderen = meer omkadering.)

Argumenten

Elke directeur moet evenveel uren presteren, dezelfde zorgen delen en gelijke taken uitvoeren.
1 kind minder (van 350 naar 349 of van 180 naar 179) doet de wedde van de directeur kantelen. 
In het kader van scholengemeenschappen is loonverschil niet bevorderlijk voor de samenwerking.

Het loon is een persoonlijke waardering voor het grote engagement van de directeur.
De HayGroup vergeleek in 2001 het loon van de directeur basisonderwijs met de privé en stelde toen vast dat er een verschil was van 66 % !



Eis 3:  Financiering

« Onderzoek van het nieuwe financieringssysteem (belofte 2012) door een onafhankelijke organisatie dat al dan niet aantoont of alle directies voldoende financiële draagkracht krijgen om het schoolbeleid uit te voeren».

Nadere uitleg

Wij verwachten voor elke school een voldoende grote basisfinanciering, gebaseerd op objectieve schoolgebonden kenmerken, zodat elke directeur op een eigentijdse wijze onderwijs kan organiseren, zonder afhankelijkheid van andere inkomstenbronnen.

Aangezien de financiering basisonderwijs deels (groeiende van 14 tot 16 %) gebaseerd is op leerlingengebonden kenmerken, is er een gedifferentieerde werkingstoelage ontstaan.  De toelage van een school in een grootstad, kan klimmen tot 200% van die van een plattelandschool.

Signalen uit het veld laten voelen dat de invoering van de maximumfactuur in heel wat scholen niet de verwachte (gemiddeld) 130 euro extra inkomsten per kind heeft gecreëerd. 
Ondertussen zijn de dagelijkse kosten voor de school flink gestegen, stijgen de verwachtingen op vlak van informatica razendsnel en werd de indexering (in deze legislatuur) voor een hele periode bevroren of verminderd.

Wij vragen dus een goede evaluatie van de financiering basisonderwijs om de knelpunten te kunnen definiëren.

Argumenten

Als de Vlaamse overheid leerplicht oplegt van 6 tot 18 jaar, dan moet die ook voorzien in voldoende middelen om dit te kunnen organiseren in een school.  Wie leerplicht bepaalt, betaalt !
Directeuren willen bezig zijn met het beleid van de school i.p.v. allerlei financiële activiteiten te moeten organiseren t.v.v. de school. Dit willen wij grondig geëvalueerd zien en daarna bijgestuurd.



Eis 4:  Herwaardering kleuteronderwijs


«
Een volledige gelijkschakeling van het kleuteronderwijs tot op niveau van het lager onderwijs en dit op het vlak van :

    - werkingstoelage (66% van het lager onderwijs)
    - maximumfactuur
    - administratieve omkadering».

Nadere uitleg

Wij vragen een gelijke behandeling voor kleuters en lagere schoolkinderen in de basisschool op vlak van werkingstoelage, maximumfactuur en administratieve omkadering, net zoals dat gebeurde voor het lestijdenpakket (maar dan zonder afname van het lager onderwijs).

Argumenten

De kostprijs voor een kleuter om de school in te richten, te organiseren en uit te rusten kost evenveel als die van een lager schoolkind.  We hebben het over:

-onderhoud klas,
-verwarming,
-elektriciteit,
-water,
-internet,
-informatica,
-meubilair,
-didactisch spelmateriaal,
-…

Het vervoer voor een kleuterklas voor een buitenschoolse klassenactiviteit kost evenveel als die van een lager schoolkind, aangezien 1 zitplaats (op de bus) kleuter = 1 zitplaats lager schoolkind = 1 zitplaats volwassene.

Net zoals in het lager onderwijs is er voor de kleuterklassen evenveel nood aan leidinggevend personeel, pedagogisch en administratief personeel.  Heel wat zaken worden zelfs opgestart in de kleuterperiode of vragen extra aandacht:

-meeste inschrijvingen geschieden in de kleuterschool,
-opstart gezinsdossier,
-kleuterparticipatie,
-communicatie met ouders,
-hulp bij studiebeurs
-…


Eis 5:  Infrastructuur

«  Een financieringssysteem voor de schoolinfrastructuur dat zorgt voor een inhaalbeweging, zodat de wachtlijsten blijvend worden weggewerkt.
Terugbrengen van 21% btw naar 6% btw voor schoolgebouwen ».

Nadere uitleg

Wij vragen voldoende middelen voor renovatie- en nieuwbouwdossiers, zodat er geen wachtlijsten zijn.

Argumenten

Als de Vlaamse overheid aan kinderen leerplicht oplegt van 6 tot 18 jaar, dan hebben die kinderen ook recht op een eigentijds en duurzaam schoolgebouw. 

Heel wat kinderen komen vandaag in containers terecht, die in de winter heel koud zijn (dus extra duur om te verwarmen) en in de zomer veel te warm (onverantwoord voor het lesgebeuren).  De kosten voor huur of aankoop worden volledig gedragen door de scholen en belasten nogmaals de werkingstoelagen.  Indien deze containerperiode beperkt zou blijven tot de bouwperiode, dan lijkt ons dat verantwoord, maar meer dan 10 schooljaren wachten op goedkeuring van een dossier en dan nog de bouwperiode erbij, is voor ons een brug te ver. 
De vele dure gebouwen van verschillende overheden (in Brussel en elders), staan in schril contrast met de povere schoolgebouwen voor onze Vlaamse kinderen.   

Zoals particulieren nu al kunnen renoveren aan 6 % btw, vragen wij voor instellingen dezelfde behandeling.





Aanvullende bezorgdheden geformuleerd n.a.v. de ontwerptekst ‘Loopbaanpact’ en ‘Scholengroepen’.

1.Scholengemeenschappen blijven bestaan en worden versterkt

De Vlaamse Overheid vroeg ons in 2003 om scholengemeenschappen te vormen op basis van onderstaande visie.

Kleine scholen beschikken niet steeds over voldoende draagkracht, middelen en specifieke expertise om hun maatschappelijke opdracht met succes te vervullen. In een kleine school kunnen organisatorische problemen een stuk moeilijker opgelost worden dan in een school die meer schaalgrootte heeft. Op pedagogisch vlak hebben grotere scholen en samenwerkingsverbanden een aantal voordelen. De mogelijkheden om gedifferentieerd te werken zijn ruimer, nascholing volgen tijdens de schoolopdracht is eenvoudiger omdat het makkelijker is om de leerkracht te vervangen en er zijn meer mogelijkheden tot overleg.

Uit talrijke voorbeelden blijkt dat scholen die samenwerken beter het hoofd kunnen bieden aan bepaalde beleids- en beheersproblemen en dat samenwerking een win-winsituatie betekent voor alle partners binnen het samenwerkingsverband.

Om samenwerking te stimuleren bestaat sinds 1 september 2003 de structuur “scholengemeenschappen”. De scholengemeenschappen leiden tot een bestuurlijke schaalvergroting en kunnen bijdragen tot een efficiënter beheer en gebruik van de beschikbare middelen van de afzonderlijke basisscholen. Deze structuur moet bijdragen tot het verhogen van het draagvlak van de scholen.

Uit: “Omzendbrief, Scholengemeenschappen basisonderwijs, referentie BaO/2005/11.”

Bijna alle basisscholen van Vlaanderen zijn meegegaan in bovenvermeld verhaal van de scholengemeenschappen.  Heel wat scholen hebben een pedagogische samenwerking tot stand gebracht en/of taakverdeling georganiseerd.  Dit versterkte het beleidsvoerend vermogen van de scholen.  Dit 10 jaar oud samenwerkingsverband, willen wij borgen voor de toekomst en dringend versterken (zie Eis 1). 

Indien de Vlaamse Overheid droomt van nog grotere samenwerkingsverbanden, dan zien wij dat enkel en alleen in de vorm van samenwerkende scholengemeenschappen, waarin er een garantieregeling bestaat van inspraak.  Een college van alle directeuren, is daarvoor de passende oplossing.  Grotere niveau-overschrijdende samenwerkingsverbanden tussen scholengemeenschappen, kunnen enkel en alleen op basis van ‘gelijkwaardigheid’.   



2.Professionaliseringskansen voor het personeel

De verwachtingen t.o.v. het basisonderwijs blijven stijgen en/of veranderen, waardoor levenslang leren voor alle personeelsleden een must wordt. De personeelsleden van het basisonderwijs hebben dan ook recht op professionalisering, zoals dat in andere sectoren ook het geval is, meer nog, we zien het bijna als een plicht.  Om deze professionalisering op een kwalitatieve wijze te kunnen organiseren is er nood aan:
ovoldoende middelen om kwalitatieve opleidingen aan te bieden
ovoldoende vervangingsmogelijkheden om tijdens de werkuren de opleiding te kunnen volgen.

3.Een kwalitatieve uit- en instroom voor de lerarenopleiding


Wij maken ons zorgen omtrent de kwaliteit van de uitstromende leerkrachten na de lerarenopleiding.  Om een goede uitstroom te garanderen, is er nood aan een kwalitatieve opleiding, maar tevens nood aan een kwalitatieve instroom. 
Om de instroom te optimaliseren, bepleiten we een verplichte, maar niet-bindende oriënteringsproef.  Deze proef is een verkennende screening die volgende zaken blootlegt:
ode interesse en motivatie voor de opleiding en het beroep
ode competenties om de opleiding vlot te starten en het beroep later uit te oefenen
ode vaardigheden om de opleiding te volgen en het beroep later uit te voeren
ode attitudes om de opleiding goed door te maken en het beroep later vlot op te nemen.
Om de uitstroom te optimaliseren, vragen wij een krachtige opleiding.  Voor ons betekent dat:
okrachtige vakdocenten met ervaring in het basisonderwijs
oeen sterk pedagogisch-didactische opleiding, dit zowel op het theoretische als het praktische niveau
osterke oefenkansen in kwalitatieve scholen
okwalitatieve stages
oevaluatie op niveau van de te verwachten basiscompetenties voor het basisonderwijs.
Naast de optimalisatie van de instroom en de uitstroom is de aanwezigheid van een mentorcoach op niveau van de scholengemeenschap een sterke ondersteuning om de beginnende leraar snel te integreren in de dagelijkse werking van het basisonderwijs.




Aan het NODB deelnemende directeurenorganisaties
:



1.Coördinatorenvereniging van de Steiner-basisscholen
2.DCBaO, Directiecommissie Katholiek Basisonderwijs
3.DCB, Directiecommissie Buitengewoon Katholiek Basisonderwijs
4.DIBUO, Directiecommissie Buitengewoon Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs
5.DBSG, Directeurenplatform Gemeentelijk Basisonderwijs
6.VIRBO, Vereniging van Directies Basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs
7.DBUBSG, Directeurenplatform Buitengewoon Basisonderwijs Steden en Gemeenten (van de Vlaamse Gemeenschap)
8.ODVB, de Organisatie Directeurs Vlaams Basisonderwijs